ECLI:NL:CRVB:2024:1797
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond tegen onbevoegdverklaring hoger beroep in herzieningsverzoek bestuursrecht
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 22 november 2022, waarin zijn verzoek tot herziening werd niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht. De Raad had eerder geoordeeld niet bevoegd te zijn kennis te nemen van dit hoger beroep. Appellant deed hiertegen verzet en stelde dat hij niet was gehoord over het misbruik van recht.
De Raad oordeelde dat appellant in deze procedure verzet had moeten instellen in plaats van hoger beroep. Hoewel onder de uitspraak van de rechtbank stond dat hoger beroep openstond, was dit onjuist. De Raad stuurde het hoger beroepschrift door als verzet en behandelde dit op zitting. Het feit dat appellant niet was gehoord over het misbruik van recht in de herzieningsprocedure rechtvaardigt geen doorbreking van het appelverbod.
De Raad verklaarde het verzet ongegrond en wees alle andere verzetsgronden af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door J.C. Boeree op 5 september 2024.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft onbevoegd wegens misbruik van recht.