ECLI:NL:CRVB:2024:1828
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering toeslag WIA ondanks medische omstandigheden
Appellante ontvangt sinds 2011 een WIA-uitkering en sinds 2012 een toeslag daarop. In 2019 ontving zij een eenmalige pensioenuitkering en vanaf juli 2019 een arbeidsongeschiktheidspensioen. Het UWV herzag en verlaagde de toeslag over diverse perioden en vorderde terugbetalingen wegens niet doorgegeven inkomsten. Appellante maakte bezwaar en stelde dat haar medische situatie en onduidelijkheid over de invloed van pensioeninkomsten op de toeslag dringende redenen vormden om af te zien van terugvordering.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het UWV de pensioenuitkeringen terecht als overig inkomen kwalificeerde en dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij de inkomsten niet had kunnen melden. Ook achtte de rechtbank de medische en financiële omstandigheden niet uitzonderlijk genoeg voor een dringende reden. De Raad volgde dit oordeel en verwierp het hoger beroep.
De Raad verduidelijkte dat het begrip dringende reden een open norm is waarbij het UWV een belangenafweging maakt die getoetst wordt aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De Raad concludeerde dat het UWV in deze zaak zowel de oorzaak als de gevolgen van de herziening en terugvordering voldoende heeft meegewogen. Appellante had de inkomsten moeten doorgeven en het UWV heeft rekening gehouden met haar financiële situatie door de terugvordering tijdelijk op te schorten.
Het hoger beroep slaagde niet, de herziening en terugvordering blijven in stand en appellante krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door E.W. Akkerman, in aanwezigheid van griffier M. Reith.
Uitkomst: De herziening en terugvordering van de toeslag door het UWV worden bevestigd ondanks de medische situatie van appellante.