ECLI:NL:RBZWB:2023:2021
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroepen tegen verlaging en terugvordering toeslag WIA-uitkering
Eiseres maakte bezwaar tegen de besluiten van het UWV die de toeslag op haar WIA-uitkering over 2019 en de eerste helft van 2020 verlaagden, alsmede tegen de terugvordering van te veel betaalde toeslagbedragen. De rechtbank beoordeelde of het UWV terecht deze besluiten had genomen.
De rechtbank stelde vast dat eiseres pensioenuitkeringen ontving die volgens het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten als overig inkomen gelden en daarmee invloed hebben op de toeslag. Eiseres had haar inlichtingenplicht niet nageleefd door deze inkomsten niet aan het UWV door te geven. Het UWV heeft de toeslag daarom terecht herzien en teruggevorderd.
Eiseres voerde aan dat haar medische en financiële situatie bijzondere omstandigheden vormden om van terugvordering af te zien, maar de rechtbank vond dit onvoldoende. De rechtbank wees erop dat het UWV rekening houdt met de financiële situatie bij invordering en dat eiseres de mogelijkheid heeft om kwijtschelding te verzoeken.
De rechtbank concludeerde dat de beroepen ongegrond zijn en handhaafde de verlaging en terugvordering van de toeslag. Eiseres krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: De beroepen tegen de verlaging en terugvordering van de toeslag op de WIA-uitkering worden ongegrond verklaard en de besluiten van het UWV blijven in stand.