Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de voorzieningenrechter van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.
Centrale Raad van Beroep
Verzoekster keerde in augustus 2019 met haar minderjarige kinderen terug naar Nederland en vroeg opvang aan bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam op grond van de Wmo 2015. Het college wees de aanvraag voor een maatwerkvoorziening opvang af, omdat verzoekster niet beperkt zelfredzaam is en niet voldoet aan de voorwaarden voor noodopvang, waaronder regiobinding. Verzoekster maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het besluit. Tijdens de procedure verbleef zij tijdelijk in noodopvang, maar na diverse kort gedingen werd zij verplicht deze te verlaten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het college terecht het besluit handhaafde. Verzoekster stelde dat zij wel beperkt zelfredzaam is en dat het college onvoldoende onderzoek had verricht. Ook stelde zij dat zij wel aan de regiobinding voldeed. De Raad oordeelde dat het college voldoende onderzoek had gedaan en dat de latere rapporten over 2023 niet relevant zijn voor de te beoordelen periode tot 21 januari 2021. Verzoekster kon zelf in onderdak voorzien en had onvoldoende inspanningen verricht om woonruimte buiten de randstad te accepteren.
De Raad bevestigde dat de voorwaarde van regiobinding geldt en dat verzoekster hieraan niet voldeed. De noodopvang is schaars en bedoeld voor dakloze gezinnen met een sterke regionale binding. Het langdurig verblijf in een kleine noodopvangkamer is niet in het belang van de kinderen. De Raad wees het verzoek om een voorlopige voorziening af en bevestigde het bestreden besluit, waarbij verzoekster geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de maatwerkvoorziening en noodopvang blijft in stand.