ECLI:NL:GHAMS:2023:1779
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.A. Wabeke
- E.K. Veldhuijzen van Zanten
- M.E. Hinskens- van Neck
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering gemeente tot ontruiming noodopvang ondanks belangen minderjarige kinderen
Appellante verblijft sinds november 2020 met haar drie minderjarige kinderen in een noodopvang. De gemeente vorderde in 2022 ontruiming, wat toen werd afgewezen vanwege uitzicht op woningtoewijzing. In maart 2023 werd ontruiming alsnog toegewezen door de voorzieningenrechter. Appellante ging in hoger beroep tegen dit vonnis.
Het hof bevestigt het spoedeisend belang van de gemeente en acht het waarschijnlijk dat de bodemrechter de vordering zal toewijzen. De noodopvang is vol en er is een wachtlijst van circa twintig huishoudens. Appellante heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij zich voldoende heeft ingespannen om woonruimte te vinden en wordt als zelfredzaam beschouwd.
Hoewel de belangen van de minderjarige kinderen zwaar wegen, rust de primaire verantwoordelijkheid bij appellante als moeder. Het hof acht het niet in het belang van de kinderen om het verblijf in de beperkte noodopvang voort te zetten. De ontruimingstermijn wordt verruimd tot één maand na betekening van deze uitspraak.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden vonnis bekrachtigd en appellante wordt veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis tot ontruiming van de noodopvang met een ontruimingstermijn van één maand.