ECLI:NL:CRVB:2024:184
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- A.M. Rentema-Westerhof
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens ontbreken hoofdverblijf op opgegeven adres
Appellant had een aanvraag om bijstand ingediend waarbij hij als woonadres een adres in een woonplaats had opgegeven. Het dagelijks bestuur van Orionis Walcheren weigerde de bijstand omdat uit onderzoek bleek dat op het opgegeven adres extreem weinig water werd verbruikt, wat wijst op het ontbreken van een hoofdverblijf. Appellant voerde aan dat hij regenwater gebruikte in plaats van kraanwater en dat hij wel degelijk op het adres verbleef.
De sociale recherche voerde een onderzoek uit waarbij onder meer het waterverbruik werd geanalyseerd en een huisbezoek werd afgelegd. De Raad concludeerde dat het waterverbruik van 1 m³ in bijna acht maanden extreem laag was en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij regenwater gebruikte. Observaties toonden aan dat de waterbakken in de tuin constant gevuld waren en dat appellant meerdere dagen afwezig was.
De rechtbank had eerder het beroep van appellant ongegrond verklaard en de Raad bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat het aantreffen van verse levensmiddelen en kleding tijdens het huisbezoek onvoldoende bewijs is voor het feitelijk verblijf. De afwijzing van de aanvraag om bijstand blijft daarom in stand en appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres.