Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, een bijstandsgerechtigde, heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van het verplicht eigen risico die haar zorgverzekeraar in rekening bracht op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw). Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht wees deze aanvraag af, stellende dat het verplicht eigen risico een bewuste keuze van de wetgever is en dat artikel 15, eerste lid, van de Participatiewet (PW) het verlenen van bijzondere bijstand hiervoor in de weg staat.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en handhaafde het besluit. Appellante stelde in hoger beroep dat de wetgever gemeenten bij de afschaffing van de regeling 'Compensatie Eigen Risico' had opgeroepen om chronisch zieken en gehandicapten een alternatief te bieden, en dat het college daarom bijzondere bijstand had moeten verlenen. De Raad oordeelde echter dat uit de bedoelde ministeriële brief niet kan worden afgeleid dat het college verplicht is bijzondere bijstand te verlenen, en dat appellante niet heeft aangetoond tot de doelgroep te behoren.
De Raad concludeerde dat het college de aanvraag terecht heeft afgewezen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens wees de Raad het verzoek tot vergoeding van schade af en bepaalde dat appellante geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van het verplicht eigen risico wordt afgewezen en het hoger beroep wordt verworpen.