ECLI:NL:CRVB:2024:1910
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing AOW-pensioen tweede echtgenote bij polygamie bevestigd
Appellante, woonachtig in Marokko en tweede echtgenote van een man die sinds 1969 tot zijn overlijden in 1999 in Nederland verzekerd was voor de AOW, heeft een AOW-pensioen aangevraagd. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat zij nooit in Nederland heeft gewoond of gewerkt en de huwelijkse tijdvakken alleen aan de eerste echtgenote worden toegekend.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de Svb verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Amsterdam oordeelde dat appellante geen aanspraak kan maken op een AOW-pensioen, mede vanwege het beleid dat bij polygamie alleen de eerste echtgenote recht heeft op het AOW-pensioen opgebouwd door de echtgenoot.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad stelde vast dat appellante niet zelfstandig verzekerd was en dat het overlijden van de eerste echtgenote niet leidt tot overdracht van de huwelijkse tijdvakken. Ook het feit dat appellante een ANW-uitkering ontving, geeft geen recht op AOW. Het hoger beroep werd verworpen en de afwijzing van de AOW-aanvraag bleef van kracht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de AOW-aanvraag blijft in stand.