ECLI:NL:CRVB:2024:1968
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in WIA-zaak
In deze zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel inzake een WIA-procedure. Tijdens het geding heeft het UWV een gewijzigde beslissing genomen die volledig tegemoetkomt aan het bezwaar van appellante, waarna het hoger beroep door appellante is ingetrokken.
De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat de redelijke termijn van vier jaar in deze procedure is overschreden met zeventien maanden. De overschrijding wordt deels toegerekend aan het UWV en deels aan de Staat, waardoor beiden worden veroordeeld tot een schadevergoeding van €750,-.
Daarnaast is het UWV veroordeeld tot betaling van proceskosten aan appellante ter hoogte van €4.634,53, inclusief vergoeding van het betaalde griffierecht, en is de Staat veroordeeld tot betaling van proceskosten van €218,75. De uitspraak is gedaan door M.E. Fortuin op 9 oktober 2024.
Uitkomst: Het UWV en de Staat worden veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en proceskosten wegens overschrijding van de redelijke termijn.