Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2024:2045

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
30 oktober 2024
Publicatiedatum
31 oktober 2024
Zaaknummer
23/1620 WMO15
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:113 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na gedeeltelijke tegemoetkoming en proceskostenveroordeling

De Centrale Raad van Beroep heeft op 30 oktober 2024 uitspraak gedaan in een zaak waarbij appellante hoger beroep had ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Dronten. Eerder had de Raad het eerdere besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuwe beslissing te nemen. Het college nam op 13 april 2023 een nieuwe beslissing op bezwaar.

Appellante stelde hiertegen beroep in, maar trok tijdens de zitting van 4 september 2024 het hoger beroep in, omdat het college grotendeels aan haar bezwaren tegemoet was gekomen. De Raad oordeelde dat het college de proceskosten van appellante moest vergoeden, begroot op €1.750 voor het beroepschrift en de zitting, plus het griffierecht van €50.

De uitspraak bevestigt dat bij intrekking van het beroep wegens gedeeltelijke tegemoetkoming het bestuursorgaan op verzoek kan worden veroordeeld in de kosten. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht, waarmee de zaak definitief is afgerond.

Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van €1.750 aan proceskosten en €50 aan griffierecht aan appellante.

Uitspraak

23/1620 WMO15
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Dronten van 13 april 2023
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Dronten (college)
Datum uitspraak: 30 oktober 2024

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak van 19 oktober 2022, 20/3038 WMO15, heeft de Raad, voor zover van belang, de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 24 juli 2020, 19/5170, vernietigd, het beroep gegrond verklaard, het besluit van 28 oktober 2019 vernietigd en het college opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Daarbij heeft de Raad bepaald dat tegen de nieuwe beslissing op bezwaar met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) slechts bij de Raad beroep kan worden ingesteld.
Het college heeft op 13 april 2023 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Namens appellante heeft mr. K. Wevers hiertegen beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 4 september 2024. Voor appellante zijn mr. Wevers en [naam] verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J. Hiemstra.
Ter zitting heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig verzocht om het college te veroordelen in de proceskosten. Het college heeft hierop gereageerd. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

1. Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld.
2. Appellante heeft het beroep ingetrokken omdat het college ter zitting van de Raad alsnog (grotendeels) aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
3. Aangezien het college in het bestreden besluit de gemaakte kosten in bezwaar heeft vergoed, moet de Raad alleen nog oordelen over de in het onderhavige beroep gemaakte kosten.
4. De Raad ziet aanleiding het college te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.750,- (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 875,- en wegingsfactor 1).
5. Ook zal de Raad bepalen dat het college aan appellante het door haar in beroep betaalde griffierecht van € 50 vergoedt.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
  • veroordeelt het college in de proceskosten van appellante tot een bedrag van in totaal € 1.750;
  • bepaalt dat het college aan appellante het door haar betaalde griffierecht van in totaal € 50 vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door L.M. Tobé als voorzitter en K.H. Sanders en J.J. Janssen als leden, in tegenwoordigheid van N. El Khabazi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 oktober 2024.
(getekend) L.M. Tobé
(getekend) N. El Khabazi