ECLI:NL:CRVB:2024:2048
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Lagas
- B. Serno
- M.B. van den Haak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling functioneren ambtenaar Defensie met eindresultaat onvoldoende bevestigd
Appellant, werkzaam als burgerambtenaar bij Defensie, kreeg over de periode van 16 juni 2019 tot 15 juni 2021 een beoordeling met het eindresultaat 'onvoldoende'. Diverse functioneringsgesprekken in 2019 wezen op problemen in communicatie en samenwerking, waarbij appellant werd geadviseerd cursussen te volgen die hij weigerde.
De eerste en tweede beoordelaar beoordeelden het functioneren als onvoldoende, met name op de competenties samenwerken, communiceren en gedrag. Appellant maakte bezwaar tegen deze beoordeling, maar het hoofd HGI verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Den Haag bevestigde dit oordeel.
In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd de beoordeling terughoudend getoetst. De Raad oordeelde dat de beoordeling berust op voldoende concrete feiten, zoals het afzeggen van teamoverleggen en vijandig taalgebruik, en dat de eerste beoordelaar objectief was ondanks een slechte verstandhouding. De Raad concludeerde dat de beoordeling de terughoudende toets kan doorstaan en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
De Raad bevestigde daarmee het besluit van 17 maart 2022 en wees de proceskostenvergoeding af. De beoordeling is gebaseerd op beleidsregels en wettelijke voorschriften die de totstandkoming en inhoud van beoordelingen bij Defensie regelen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de onvoldoende beoordeling van appellant en verklaart het hoger beroep ongegrond.