Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, die sinds 2010 arbeidsongeschikt is na een auto-ongeval en andere klachten, heeft sinds 2012 een WGA-uitkering ontvangen. In 2019 werd deze beëindigd omdat zijn arbeidsongeschiktheid onder de 35% was vastgesteld. Na toegenomen klachten in 2022 heeft het UWV opnieuw onderzoek gedaan en besloten geen WIA-uitkering toe te kennen omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt.
De rechtbank heeft het bezwaar van appellant ongegrond verklaard en het besluit van het UWV in stand gelaten. De medische beoordeling door de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige is zorgvuldig en voldoende onderbouwd, waarbij rekening is gehouden met zowel lichamelijke als psychische klachten en medicatiegebruik.
Appellant voerde aan dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn psychische klachten en medicatiebijwerkingen en verzocht om een deskundige benoeming, maar dit werd niet gevolgd. De Raad bevestigt dat de medische en arbeidskundige beoordelingen juist zijn en dat de functies die appellant kan vervullen passend zijn.
Het hoger beroep wordt verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om appellant een WIA-uitkering toe te kennen vanaf 4 februari 2022 wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.