ECLI:NL:CRVB:2024:2237
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening van eerdere uitspraak over re-integratie
Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een uitspraak van 15 januari 2024, waarin haar hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. De Raad had toen overwogen dat het college van burgemeester en wethouders van Rheden tegemoet was gekomen aan haar bezwaren door haar volledige regie te geven over haar re-integratie, waardoor haar hoger beroep feitelijk geen belang meer had.
Verzoekster stelde dat er nieuwe feiten en omstandigheden waren, met name onzorgvuldigheden die tot de eerdere uitspraak hadden geleid, en dat de Raad haar hoger beroep inhoudelijk had moeten beoordelen. Zij vond ook dat niet alle door haar overgelegde stukken en argumenten waren betrokken.
De Raad oordeelde dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet voldoen aan de wettelijke criteria voor herziening volgens artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het verzoek was feitelijk een poging om de eerdere discussie opnieuw te voeren, wat niet is toegestaan. Daarom werd het verzoek om herziening afgewezen zonder veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de eerdere uitspraak wordt afgewezen.