ECLI:NL:CRVB:2024:2238
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten deskundigenonderzoek wegens onvoldoende noodzaak aangetoond
Appellant, ontvanger van een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van een deskundigenonderzoek van € 2.542,51. Het college wees de aanvraag af omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat deze kosten noodzakelijk waren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het besluit in stand.
Appellant voerde aan dat het ambtshalve door de kantonrechter bevolen deskundigenonderzoek en de veroordeling tot betaling daarvan de noodzakelijkheid aantonen, en dat hij niet verplicht kan worden meer informatie te verstrekken vanwege privacybescherming onder artikel 8 EVRM Pro. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende gegevens had verstrekt over de context en aard van de procedure, mede doordat het vonnis grotendeels was zwartgelakt, waardoor de noodzakelijkheid niet kon worden beoordeeld.
De Raad stelde dat het college op grond van wettelijke bepalingen gerechtvaardigd is om meer informatie te vragen en dat dit verzoek proportioneel en subsidiariteit betracht, gezien de beperkte inbreuk op de privacy. Het hoger beroep slaagde niet en de afwijzing van de bijzondere bijstand bleef in stand. Appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van het deskundigenonderzoek blijft in stand.