ECLI:NL:CRVB:2024:2246
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing definitieve NOW-1 subsidie wegens onvoldoende omzetverlies
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming op grond van de NOW-1 regeling wegens omzetverlies door COVID-19. De minister stelde het voorschot vast op €18.687,-, maar bij definitieve vaststelling werd de subsidie op nihil gesteld omdat het omzetverlies volgens onderzoek minder dan 20% bedroeg.
De minister baseerde zich op een rapport van 2 maart 2021 waarin werd vastgesteld dat appellante het kasstelsel toepaste in plaats van het factuurstelsel, wat leidde tot een hogere referentieomzet en een hogere omzet in de meetperiode dan appellante had opgegeven. Hierdoor was het omzetverlies nihil.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde het besluit van de minister. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij het factuurstelsel toepast en dat de omzetdaling wel degelijk meer dan 20% bedraagt, maar de Raad volgde de rechtbank en het rapport van 2 maart 2021.
De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een omzetverlies van ten minste 20%. De subsidie werd terecht vastgesteld op € 0,- en appellante moet het voorschot terugbetalen. Appellante krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De subsidie op grond van de NOW-1 wordt definitief vastgesteld op nihil en appellante moet het voorschot van €18.687,- terugbetalen.