Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om vergoeding van schade wegens overschrijding van de redelijke termijn af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft een AOW-pensioen aangevraagd, maar de Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees deze af omdat appellant niet verzekerd was voor de AOW. Appellant stelde dat hij in de periodes 1979-1981 en 1982-1983 in Nederland woonde en werkte, maar de Svb betwistte dit. De rechtbank Amsterdam bevestigde de afwijzing en ook de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs leverde om aannemelijk te maken dat hij ten minste één jaar in Nederland heeft gewoond of gewerkt.
De Raad overwoog dat de stukken die appellant overlegde, zoals verklaringen van een werkgever, identiteitskaarten, medische documenten en bankafschriften, inconsistenties vertoonden in naam- en geboortedata en onvoldoende duidelijkheid boden over de verblijf- en arbeidsduur. Ook was niet uitgesloten dat sommige documenten betrekking hadden op andere personen. Het adres van de werkgever op bankafschriften was onvoldoende om verblijf aan te tonen.
Verder wees de Raad het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, aangezien de procedure binnen vier jaar werd afgerond. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en wees het hoger beroep af. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de AOW-aanvraag blijft in stand.