Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
.Ook heeft appellant verzocht om een schadevergoeding.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant werkte van juni 2017 tot maart 2019 als glaszetter bij een ex-werkgeefster die eigenrisicodrager is voor de Ziektewet. Na ziekmelding per december 2018 weigerde het Uwv aanvankelijk een ZW-uitkering toe te kennen, maar verklaarde bezwaar gegrond en kende uitkering toe vanaf 20 december 2018. De ex-werkgeefster betaalde loon door tot 5 maart 2019, waarna het Uwv een ziekengeldsanctie oplegde.
De rechtbank vernietigde het besluit van het Uwv en bepaalde dat de ingangsdatum van de ZW-uitkering op 5 maart 2019 moet worden vastgesteld, omdat appellant tot die datum loon had ontvangen. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht tevens om schadevergoeding.
De Raad oordeelde dat appellant geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep, omdat hem over de periode van 5 maart 2019 tot en met 22 juli 2020 door de ex-werkgeefster ziekengeld is toegezegd. Ook is appellant per 10 april 2021 hersteld verklaard en ontvangt hij geen ZW-uitkering meer. Het verzoek om schadevergoeding wegens overige schade werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Wel werd een schadevergoeding van €1.000,- toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure. Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard en het griffierecht werd niet teruggegeven.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de Staat wordt veroordeeld tot betaling van €1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn.