ECLI:NL:CRVB:2024:2284
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens niet toegenomen beperkingen
Appellante, werkzaam als groepsbegeleider, meldde zich ziek na een auto-ongeluk in 2013. Het UWV weigerde haar vanaf 2016 een WIA-uitkering toe te kennen wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Herhaalde verzoeken tot herbeoordeling in 2020 en 2021 werden eveneens afgewezen omdat de beperkingen niet waren toegenomen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het laatste besluit ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de medische beoordeling voldoende was gemotiveerd. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar klachten waren toegenomen en dat zij niet gehoord werd, en verzocht om een onafhankelijke deskundige.
De Raad oordeelt dat de gronden van appellante in hoger beroep een herhaling zijn van eerdere bezwaren en dat geen aanleiding bestaat om het bestreden besluit te herzien. De medische informatie die zij aanvoerde leidt niet tot een ander oordeel. Het verzoek om een deskundige te benoemen wordt afgewezen.
Het hoger beroep wordt verworpen, de weigering van de WIA-uitkering blijft in stand en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Appellante krijgt geen vergoeding voor proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om appellante een WIA-uitkering toe te kennen wegens niet toegenomen beperkingen.