ECLI:NL:CRVB:2024:2316
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens gezamenlijke huishouding ondanks beroep op zeer dringende redenen
Appellante heeft bijstand aangevraagd naar de norm voor een alleenstaande, maar het college wees dit af omdat zij met haar ex-echtgenoot in dezelfde woning verbleef en zij daardoor een gezamenlijke huishouding voerden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en handhaafde het besluit.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat er zeer dringende redenen waren vanwege een ongezonde thuissituatie door langdurige mishandeling, waardoor zij toch recht op bijstand zou moeten hebben volgens artikel 16, eerste lid, van de Participatiewet. De Raad oordeelde dat appellante niet als zelfstandig subject van bijstand kon worden aangemerkt omdat zij met haar ex-echtgenoot een gezamenlijke huishouding voerde en dat artikel 16 PW Pro niet van toepassing is omdat zij niet buiten de kring van rechthebbenden valt.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht. De uitspraak is gedaan door J.N.A. Bootsma en uitgesproken op 26 november 2024.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd omdat appellante een gezamenlijke huishouding voert en geen zelfstandig recht op bijstand heeft.