Uitspraak
23.1933 PW-PV
BESLISSING
1 augustus 2018 wilde afzien van zijn recht op bijstand en dat de reden hiervan de voorgenomen indiensttreding bij het bedrijf van zijn broer was.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft zijn bijstandsuitkering laten beëindigen per 1 augustus 2018 door het ondertekenen van een verklaring waarin hij afzag van verdere uitkering. Het college van burgemeester en wethouders van Venray stelde dat deze beëindiging gerechtvaardigd was omdat appellant dit verzoek vrijwillig en bewust heeft gedaan, zonder dat sprake was van misbruik of druk.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Appellant voerde aan dat hij onder druk was gezet en niet volledig begreep dat hij zijn uitkering zou verliezen zonder dat er een betaalde baan tegenover stond. Tevens stelde hij dat het college toezeggingen had gedaan die niet werden nagekomen.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake was van druk of dat het college toezeggingen had gedaan. Ook was niet gebleken dat appellant niet in staat was de gevolgen van zijn verklaring te overzien. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af, zonder toekenning van proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de bijstandsuitkering op eigen verzoek wordt bevestigd.