ECLI:NL:CRVB:2024:2334
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens niet vast te stellen recht niet gerechtvaardigd
Appellant ontving sinds 2014 een WIA-uitkering en verhuisde in 2020 naar Turkije. Het UWV stelde dat appellant niet woonachtig was op het opgegeven Turkse adres en schortte en beëindigde daarom de uitkering per 1 juni 2022 wegens niet vast te stellen recht op uitkering.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, stellende dat appellant niet aan zijn informatieplicht had voldaan omdat hij het exacte woonadres niet had opgegeven. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel contact had opgenomen en op hetzelfde adres verbleef.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV bekend was met het verblijf van appellant in Turkije en dat het niet noodzakelijk was het volledige woonadres te weten voor het vaststellen van het recht op uitkering. Het UWV heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het recht niet kon worden vastgesteld. Daarom vernietigt de Raad het besluit tot beëindiging en de schorsing van de uitkering en veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering per 1 juni 2022 en veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten.