ECLI:NL:CRVB:2024:2379
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar psychiatrische zorg op grond van de Jeugdwet
Appellanten vroegen bij het college van burgemeester en wethouders van Twenterand voorzieningen voor jeugdhulp aan, waarvan een deel werd toegekend en een deel afgewezen, waaronder psychiatrische zorg. Zij dienden een bezwaarschrift in op 26 oktober 2021, gericht tegen het besluit van 17 september 2021. Op 28 oktober 2021 wees het college de aanvraag voor psychiatrische zorg af. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd op 23 mei 2022 niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift prematuur was ingediend, vóór het besluit was genomen, en er geen uitzonderingssituatie bestond volgens artikel 6:10 Awb Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond. Appellanten voerden in hoger beroep aan dat het bezwaarschrift mede gericht was tegen het besluit van 28 oktober 2021, onder verwijzing naar een telefoongesprek van 2 december 2021. Het college stelde dat appellanten geen procesbelang hadden omdat zij inmiddels in België woonden en de periode voor de zorg verstreken was.
De Raad oordeelde dat appellanten wel procesbelang hebben omdat zij kosten voor de verleende zorg hebben gemaakt en dit aannemelijk maakten met facturen. Echter slaagde het hoger beroep niet omdat geen nieuwe relevante gronden werden aangevoerd en de Raad de overwegingen van de rechtbank onderschreef dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand en appellanten krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.