ECLI:NL:CRVB:2024:2395
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na benoeming seniorfunctie
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het niet in aanmerking komen voor het overgangsbeleid dat zittende n4-generalisten de mogelijkheid biedt om in een seniorfunctie te worden aangesteld. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en het besluit van de korpschef in stand gelaten.
Appellant gaf in hoger beroep aan inmiddels met succes te zijn benoemd in een seniorfunctie. De Raad beoordeelde of appellant nog procesbelang had bij inhoudelijke behandeling van het hoger beroep. Volgens vaste rechtspraak is procesbelang vereist om een beroep ontvankelijk te verklaren.
De Raad stelde vast dat appellant pas in 2024 volgens de bevorderingstabel in aanmerking zou komen voor een seniorfunctie, terwijl hij inmiddels op eigen kracht al in 2024 benoemd is. Ook werd geen schade aangetoond. De Raad concludeerde dat het hoger beroep geen feitelijke betekenis meer heeft en verklaarde het niet-ontvankelijk. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang omdat appellant inmiddels benoemd is in een seniorfunctie.