Appellante was betrokken bij een ongeval in 2006 en ontving op grond van de Wmo 2015 maatwerkvoorzieningen voor huishoudelijke ondersteuning en individuele begeleiding. In 2018 sloot zij een vaststellingsovereenkomst met de schadeverzekeraar van de aansprakelijke partij, waarbij een schadevergoeding werd toegekend, inclusief een post voor toekomstige verzorgingskosten.
Het college wees in 2021 de aanvraag van appellante voor verlenging van de maatwerkvoorzieningen af, stellende dat zij op eigen kracht kon voorzien in haar behoeften vanwege de schadevergoeding. De rechtbank bevestigde dit besluit, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders.
De Raad stelde dat de Wmo 2015 cliënten keuzevrijheid geeft tussen het aanvragen van voorzieningen bij het college of het verhalen van kosten bij de schadeveroorzaker. Een vaststellingsovereenkomst sluit niet uit dat een cliënt een maatwerkvoorziening aanvraagt. Het college mag wel regres nemen op de schadeverzekeraar, maar kan de aanvraag niet weigeren op grond van eigen kracht als de cliënt zich tot het college wendt.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en gaf het college opdracht een nieuwe beslissing te nemen, waarbij alleen beroep bij de Raad mogelijk is. Tevens werd appellante in de proceskosten en griffierechten tegemoetgekomen.