ECLI:NL:CRVB:2024:332
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag scootmobiel op grond van Wmo 2015
Appellante, met mentale problemen, een endocriene aandoening en fibromyalgie, vroeg op grond van de Wmo 2015 om een scootmobiel vanwege mobiliteitsbeperkingen. Het college wees deze aanvraag af en verstrekte aanvullend openbaar vervoer (AOV), verwijzend naar IAB-adviezen die stelden dat een scootmobiel anti-revaliderend werkt en appellante beter moet leren omgaan met haar pijnklachten.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, omdat de adviezen van het IAB zorgvuldig waren en het verstrekken van een scootmobiel niet noodzakelijk werd geacht. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onzorgvuldig was, dat het AOV niet voorziet in korte afstanden en dat het tweede IAB-advies nadeliger voor haar was, waardoor het college in strijd met het verbod van reformatio in peius zou hebben gehandeld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de rechtbank terecht het besluit in stand hield. De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank en stelde vast dat appellante geen nieuwe medische informatie had aangeleverd die aanleiding gaf het oordeel te herzien. Het hoger beroep werd verworpen en appellante kreeg geen proceskostenvergoeding.
De uitspraak bevestigt dat het college op juiste gronden de aanvraag voor een scootmobiel heeft afgewezen en dat het verstrekken van AOV passend is gezien de situatie van appellante.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor een scootmobiel wordt bevestigd en het aanvullend openbaar vervoer blijft verstrekt.