ECLI:NL:CRVB:2024:362
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om wraking van behandelend rechters in hoger beroep
Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag en tijdens de zitting op 25 januari 2024 verzocht om wraking van de behandelend rechters. Zij stelde dat de rechters vooringenomen waren vanwege het buiten beschouwing laten van stukken die zij op 19 januari 2024 had ingediend. De Raad oordeelde dat wraking niet bedoeld is als rechtsmiddel tegen procedurele beslissingen en dat het buiten beschouwing laten van stukken niet als vooringenomenheid kan worden gezien.
Daarnaast bracht verzoekster een tweede wrakingsgrond naar voren over de vervanging van een behandelend rechter door een andere rechter, maar deze grond werd afgewezen wegens niet-tijdigheid. De Raad constateerde verder dat verzoekster eerder tweemaal om wraking had verzocht en deze verzoeken had ingetrokken, wat aanleiding gaf tot het oordeel van misbruik van recht.
Daarom besloot de Raad het verzoek om wraking af te wijzen en bepaalde dat een volgend wrakingsverzoek van verzoekster niet in behandeling zal worden genomen, om onnodige belemmering van de rechtsgang te voorkomen.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van de behandelend rechters wordt afgewezen en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen.