Uitspraak
OVERWEGINGEN
Het oordeel van de Raad
BESLISSING
- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat de minister aan appellante het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 186,- vergoedt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag die het beroep tegen de berekening van haar draagkracht voor het aflossen van haar studieschuld ongegrond verklaarde. De minister had op 28 september 2023 een nadere beslissing op bezwaar genomen waarin werd vastgesteld dat appellante geen draagkracht had voor het jaar 2022 en de terugbetalingsverplichting op nihil werd gesteld.
Tijdens de zitting van 29 november 2023, waarbij appellante en haar vader via beeldbellen aanwezig waren, verklaarde appellante dat er geen geschil meer bestaat over de draagkracht. Hierdoor verviel het procesbelang voor het hoger beroep, wat leidde tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep.
De Raad besloot de nadere beslissing op bezwaar niet mee te nemen in de beoordeling. Omdat de minister tegemoet was gekomen aan de bezwaren van appellante, werd het betaalde griffierecht vergoed. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend omdat daarvoor geen bewijs was geleverd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen procesbelang na nadere beslissing op bezwaar.