ECLI:NL:CRVB:2024:407
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande en werd op grond van een anonieme tip onderzocht vanwege vermeende samenwoning met X. Het college stelde vast dat zij vanaf 1 december 2020 een gezamenlijke huishouding voerden, terwijl appellante dit niet had gemeld. Appellante voerde aan dat de samenwoning later was begonnen en dat haar e-mail in november 2020 slechts een informatief verzoek betrof.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstand. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelde dat het hoofdverblijf van X vanaf 1 december 2020 bij appellante was, gebaseerd op haar eigen verklaring aan handhavers en het gesprek op 7 juli 2021.
De Raad benadrukte dat de motieven en aard van de relatie niet relevant zijn voor het vaststellen van een gezamenlijke huishouding. De e-mail van november 2020 werd gezien als een verzoek om informatie en niet als een melding. Appellante schond daarmee haar inlichtingenverplichting. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking en terugvordering van de bijstand bleven in stand.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder melding worden bevestigd.