Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
mr. De Jonge verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door
mr. G.A. Vermeijden.
OVERWEGINGEN
Inleiding
2 maart 2021 van een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep ten grondslag.
Het oordeel van de Raad
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft een WIA-uitkering aangevraagd, maar het UWV heeft deze geweigerd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is vastgesteld. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank Rotterdam werd het besluit gehandhaafd. Appellante voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat aanvullende beperkingen en een urenbeperking moesten worden aangenomen.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en volgt het oordeel van de rechtbank dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd, inclusief een fysiek onderzoek en overleg met behandelaars. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft gemotiveerd waarom geen aanvullende beperkingen of urenbeperking noodzakelijk zijn. De door appellante overgelegde medische stukken leiden niet tot een ander oordeel.
De Raad oordeelt dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn en dat de mate van arbeidsongeschiktheid correct is vastgesteld. Er is geen aanleiding voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige. Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen WIA-uitkering krijgt omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.