ECLI:NL:CRVB:2024:454
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eervol ontslag ambtenaar ondanks verzoek om uitstel zitting
Appellante was sinds 1996 werkzaam bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en kreeg met ingang van 1 oktober 2017 eervol ontslag verleend op grond van artikel 99 van Pro het ARAR. Zij ontving daarbij een ontslaguitkering. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt en beroep ingesteld, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het ontslag.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij niet in de gelegenheid was gesteld haar standpunten toe te lichten, omdat de rechtbank haar verzoek om uitstel van de zitting vanwege gezondheidsproblemen had afgewezen. De Raad onderzocht of de rechtbank terecht het uitstelverzoek had geweigerd.
De Raad oordeelde dat de rechtbank meerdere malen rekening had gehouden met de verzoeken om uitstel en dat appellante voldoende gelegenheid had gehad zich te laten bijstaan. Het laatste uitstelverzoek was niet onderbouwd met een medische verklaring die opname op de zittingsdatum bevestigde. De rechtbank had daarom terecht het verzoek afgewezen.
Het hoger beroep slaagde niet, de aangevallen uitspraak werd bevestigd en het eervol ontslag bleef gehandhaafd. Appellante kreeg geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 7 maart 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het eervol ontslag per 1 oktober 2017 blijft gehandhaafd.