ECLI:NL:CRVB:2024:457
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek ouderdomspensioen wegens te laat bezwaar en geen nieuwe feiten
Appellante vroeg in 2005 een ouderdomspensioen aan en kreeg een besluit waarbij zij 34% van het maximale pensioen toegekend kreeg. Zij maakte hiertegen geen bezwaar. Later werd een aanvullende inkomensvoorziening (AIO) toegekend en vervolgens met terugwerkende kracht ingetrokken en teruggevorderd. In 2021 verzocht appellante om herziening van het pensioenbesluit met terugwerkende kracht, wat door de Sociale Verzekeringsbank (Svb) werd afgewezen omdat het bezwaar te laat was ingediend en er geen nieuwe feiten waren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het bezwaar niet tijdig was en er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die recht gaven op een hoger pensioen. Appellante voerde in hoger beroep onder meer aan dat zij het besluit niet had ontvangen en dat de AIO-aanvulling onterecht was ingetrokken, maar deze gronden werden niet inhoudelijk behandeld omdat het beroep zich beperkte tot de herziening van het pensioenbesluit.
De Raad oordeelt dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare reden. Ook is het besluit van 2005 niet onmiskenbaar onjuist, omdat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij langer verzekerd was voor de AOW. De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep af. Appellante krijgt geen proceskostenvergoeding en het betaalde griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit blijft in stand.