ECLI:NL:CRVB:2024:579
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens voldoende arbeidsgeschiktheid bevestigd
Appellant was ziekgemeld sinds oktober 2017 en ontving een Ziektewet-uitkering. Na een Eerstejaarsziektewetbeoordeling (EZWb) werd vastgesteld dat appellant niet geschikt was voor zijn oude functie als chauffeur, maar wel voor andere functies. Het UWV beëindigde de ZW-uitkering in januari 2019 omdat appellant meer dan 65% van zijn oude loon kon verdienen. Na een nieuwe ziekmelding in maart 2020 en een medisch en arbeidskundig onderzoek in 2021, besloot het UWV de ZW-uitkering opnieuw te beëindigen per 18 oktober 2021.
Appellant voerde aan dat het medisch onderzoek onvoldoende rekening hield met zijn psychische en lichamelijke beperkingen en dat het UWV geen onafhankelijke deskundige had benoemd. Ook stelde hij dat de geselecteerde functies niet als maatstaf konden dienen omdat hij deze nooit had verricht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het UWV had voldaan aan het toetsingskader zoals vastgesteld in de uitspraak van 23 december 2022, waarbij ten minste drie functies met elk ten minste drie arbeidsplaatsen geschikt moeten zijn en een arbeidsgeschiktheid van ten minste 65% moet worden aangetoond. De medische beperkingen van appellant waren niet toegenomen sinds de EZWb. Het hoger beroep werd verworpen en de beëindiging van de ZW-uitkering bleef in stand.
Uitkomst: De beëindiging van de ZW-uitkering per 18 oktober 2021 wordt bevestigd omdat appellant ten minste 65% arbeidsgeschikt is.