Appellant werkte als commercieel medewerker en meldde zich in 2007 ziek. Het UWV beëindigde in 2008 zijn Ziektewet-uitkering na hersteldverklaring. Appellant verzocht in 2021 om herziening van dit besluit met verwijzing naar nieuw medisch onderzoek, waaronder een neuropsychologisch onderzoek uit 2021. Het UWV en de rechtbank oordeelden dat deze gegevens geen aanleiding geven tot herziening omdat zij niet zien op de situatie in 2008 en een beperkte geldigheidsduur hebben.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Het NPO uit 2021 kan het eerdere NPO uit 2008 niet weerleggen omdat het specifiek op de situatie in 2008 ziet. Nieuwe medische stukken die appellant in hoger beroep aanvoert, zijn niet door het UWV beoordeeld maar worden door de Raad betrokken en leiden niet tot een ander oordeel.
De Raad benadrukt dat het verzoek om herziening alleen kan slagen bij nieuwe feiten of omstandigheden die niet eerder konden worden aangevoerd. De Raad vindt het besluit van het UWV zorgvuldig voorbereid en gemotiveerd en oordeelt dat het niet evident onredelijk is. Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de uitkering uit 2008 blijft in stand.