Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Het oordeel van de Raad
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Proceskosten
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraken;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant nam zelf ontslag bij een uitzendbureau, waarna het college een maatregel oplegde door de aanvullende bijstand van appellanten met 100% te verlagen voor de duur van een maand. Dit was gebaseerd op het niet nakomen van de verplichting om algemeen geaccepteerde arbeid te behouden volgens de Participatiewet.
Appellanten vroegen vervolgens een individuele inkomenstoeslag aan, maar deze werd afgewezen omdat zij niet voldeden aan de voorwaarden, mede door de opgelegde maatregel. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat het ontslag niet verwijtbaar was vanwege onverenigbaarheid met een inburgeringscursus en een passendere baan, en dat de maatregel disproportionele gevolgen had. De Raad oordeelde dat appellanten deze stellingen onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt en dat het college terecht de maatregel had opgelegd en de toeslag geweigerd.
Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen omdat de procedure binnen vier jaar was afgerond. De Raad bevestigde hiermee de bestreden uitspraken en wees het verzoek tot vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: De maatregel verlaging bijstand en de afwijzing van de individuele inkomenstoeslag worden bevestigd; het hoger beroep en het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen.