ECLI:NL:CRVB:2024:701
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag maatwerkvoorziening snoezelmaterialen vanwege onvoldoende medewerking
Appellant, bekend met een autismespectrumstoornis en prikkelverwerkingsproblematiek, vroeg het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen om een maatwerkvoorziening bestaande uit diverse snoezelmaterialen. Het college weigerde deze aanvraag bij besluit van 29 april 2021, mede omdat appellant niet meewerkte aan een nader onderzoek dat nodig was om vast te stellen of de voorzieningen noodzakelijk waren.
Tijdens de bezwaarprocedure en het beroep bij de rechtbank werd het besluit gehandhaafd. Appellant stelde dat het advies van een kinderergotherapeut van Ergo Actief de noodzaak van de snoezelmaterialen bevestigde, maar de Raad oordeelde dat het college terecht een nader onderzoek verlangde vanwege onduidelijkheden over de beperkingen in zelfredzaamheid en participatie.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant op grond van artikel 2.3.8, derde lid, Wmo 2015 verplicht was medewerking te verlenen aan het onderzoek. Door deze medewerking te weigeren, kon niet worden vastgesteld of appellant recht had op de maatwerkvoorziening. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.
Uitkomst: De aanvraag voor snoezelmaterialen wordt afgewezen vanwege onvoldoende medewerking aan nader onderzoek.