ECLI:NL:CRVB:2024:740
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing individuele inkomenstoeslag wegens overschrijding bijstandsnorm niet onrechtmatig
Appellant, die een uitkering ontvangt op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong), heeft op 6 januari 2022 een individuele inkomenstoeslag aangevraagd op grond van de Participatiewet (PW). Het dagelijks bestuur van de gemeente Berkelland wees de aanvraag af omdat appellant in de referteperiode van 36 maanden een inkomen had dat hoger was dan 105% van de bijstandsnorm, mede door bijschrijvingen van zijn ouders op zijn bankrekening.
Appellant maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar het dagelijks bestuur handhaafde het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Hij voerde aan dat de Verordening in strijd is met artikel 36 van Pro de PW en dat de afwijzing onevenredig is vanwege de geringe overschrijding van het inkomen.
De Raad oordeelde dat het dagelijks bestuur terecht de bedragen als inkomen heeft aangemerkt, ook al betrof het geldleningen van familie. Verder is het aan de gemeenteraad om de begrippen 'langdurig' en 'laag inkomen' in te vullen, wat hier is gedaan met een referteperiode van 36 maanden. De Raad verwierp het argument dat dit in strijd is met de PW en stelde dat de afwijzing niet onevenredig is, omdat appellant onvoldoende feiten en omstandigheden had aangevoerd om dat te onderbouwen.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard, en appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de individuele inkomenstoeslag blijft in stand.