ECLI:NL:CRVB:2024:753
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep tegen UWV-besluit
Appellant stelde hoger beroep in tegen een besluit van het UWV en trok dit beroep later in, met het verzoek om het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. Appellant stelde dat het UWV onredelijk laat stukken had ingediend, waaronder een betalingsbeschikking uit 2010, waardoor het hoger beroep onnodig was geworden. De Centrale Raad van Beroep heeft overwogen dat een proceskostenveroordeling alleen kan worden toegekend indien het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan het beroep tegemoetkomt. Omdat het bestreden besluit ongewijzigd bleef, is er geen grond voor proceskostenveroordeling.
Het UWV heeft uit coulance aangeboden de proceskosten en griffierecht te vergoeden, maar dit zal worden verrekend met een openstaande vordering op appellant. De Raad heeft het verzoek om proceskostenveroordeling formeel afgewezen en het onderzoek gesloten zonder nader onderzoek ter zitting. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 18 april 2024.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat het UWV niet aan het beroep tegemoet is gekomen.