ECLI:NL:CRVB:2024:837
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 47,39% ondanks vermeende verslechtering gezondheid
Appellant betwistte de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheidspercentage door het UWV per 24 maart 2020 op 47,39%, omdat hij meent dat zijn gezondheid sinds september 2019 is verslechterd. Hij gaf echter geen medische informatie over zijn vermeende verslechtering en weigerde mee te werken aan fysiek medisch onderzoek en het opvragen van medische gegevens bij zijn huisarts.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat het UWV door de handelswijze van appellant geen mogelijkheid had gekregen om zijn gezondheid medisch te beoordelen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en voegde toe dat de weigering van appellant om op een fysiek spreekuur te verschijnen niet gerechtvaardigd was, mede gezien de geldende RIVM-richtlijnen en het verloop van eerdere telefonische contacten.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht het arbeidsongeschiktheidspercentage op 47,39% heeft gehandhaafd, omdat de vermeende toegenomen beperkingen niet konden worden vastgesteld zonder medisch onderzoek. Het hoger beroep van appellant werd verworpen, en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De vaststelling van het arbeidsongeschiktheidspercentage van 47,39% wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt verworpen.