ECLI:NL:CRVB:2024:941
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing maatwerkvoorziening begeleiding op grond van gebruikelijke hulp door ouders bevestigd
Appellant, geboren in 1996 en met een meervoudige complexe ontwikkelingsstoornis, ontving tot 1 augustus 2021 een persoonsgebonden budget voor begeleiding. Na een aanvraag tot verlenging in juni 2021 stelde het college een ondersteuningsplan op en concludeerde dat de hulpvragen via gebruikelijke hulp van ouders en gezinsmedewerker konden worden opgelost. Het college wees de aanvraag op 16 december 2021 af, gehandhaafd bij besluit van 3 mei 2022.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en liet het besluit in stand. Appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, die op 15 mei 2024 uitspraak deed. De Raad oordeelde dat het college mocht beslissen zonder actueel medisch onderzoek, omdat het beschikte over voldoende relevante gegevens. Tevens werd bevestigd dat de ondersteuning die appellant nodig heeft redelijkerwijs van zijn ouders mag worden verwacht als gebruikelijke hulp.
De Raad verwierp het verweer dat een medisch advies uit 2020 zou aantonen dat de ondersteuning de gebruikelijke hulp overstijgt, omdat de situatie van appellant sindsdien is gewijzigd. Het hoger beroep werd afgewezen, het bestreden besluit bleef in stand en appellant kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De aanvraag voor een maatwerkvoorziening voor begeleiding is terecht afgewezen omdat de benodigde ondersteuning als gebruikelijke hulp door de ouders kan worden geboden.