ECLI:NL:CRVB:2025:1033
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid van 79,27% in WIA-uitkering
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het UWV-besluit waarin haar arbeidsongeschiktheid per 7 maart 2022 is vastgesteld op 79,27%. Zij stelt dat zij meer medische beperkingen heeft dan het UWV heeft aangenomen, waardoor zij niet geschikt zou zijn voor de geselecteerde functies en volledig arbeidsongeschikt is.
De rechtbank Amsterdam heeft het beroep ongegrond verklaard en het besluit van het UWV in stand gelaten. De rechtbank oordeelde dat de medische informatie geen aanwijzingen gaf voor een zwaardere beperking dan gemiddeld 20 uur werken per week en dat de FML van de verzekeringsarts bezwaar en beroep juist was opgesteld.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank. Uit het ingebrachte medische en deskundigenrapport blijkt onvoldoende aanleiding om het arbeidsongeschiktheidspercentage te verlagen. Ook het verwachte ziekteverzuim leidt niet tot het oordeel dat tewerkstelling van appellante door een werkgever niet redelijkerwijs kan worden verlangd. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en het UWV-besluit bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vaststelling van 79,27% arbeidsongeschiktheid blijft in stand.