ECLI:NL:CRVB:2025:109
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen ondanks PNEA en Crohn
Appellante heeft meerdere aanvragen ingediend voor een Wajong-uitkering, die door het Uwv zijn afgewezen wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en laattijdige aanvraag. De rechtbank heeft het besluit van het Uwv bevestigd, waarbij het oordeel was dat appellante van haar zeventiende tot vijf jaar daarna over arbeidsvermogen beschikte en daarom niet als jonggehandicapte kan worden aangemerkt.
Appellante voerde aan dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat haar psychische klachten, Crohn en PNEA onvoldoende waren meegewogen. De Raad volgde dit niet en oordeelde dat het Uwv terecht geen aanleiding zag om terug te komen op het eerdere besluit. De medische en arbeidskundige onderzoeken toonden aan dat appellante ondanks haar klachten ten minste vier uur per dag belastbaar is en ten minste één uur aaneengesloten kan werken.
De Raad heeft het toepasselijke wettelijke kader van de Wajong 2010 en 2015 toegepast, waarbij voor de periode tot 17 december 2014 hoofdstuk 2 van de Wajong geldt en voor de periode daarna hoofdstuk 1a. De Raad concludeert dat de afwijzing niet evident onredelijk is en dat appellante geen recht heeft op de Wajong-uitkering. Het hoger beroep wordt afgewezen en de proceskosten worden niet vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wajong-uitkering omdat appellante voldoende arbeidsvermogen bezit.