ECLI:NL:CRVB:2025:1119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet-melding op geld waardeerbare activiteiten
Appellante ontvangt sinds 2015 bijstand en heeft vanaf 2019 schoonheidsbehandelingen verricht zonder dit te melden aan het college. Naar aanleiding van een anonieme melding en onderzoek heeft het college de bijstand over 2019-2022 herzien en teruggevorderd wegens schending van de inlichtingenverplichting.
Appellante voerde aan dat de inkomsten gering waren en onder de vrijlatingsgrens voor giften vielen, waardoor melding niet nodig zou zijn. De rechtbank en de Raad verwierpen dit verweer omdat het ging om inkomsten uit arbeid, niet om giften, en deze activiteiten redelijkerwijs gemeld hadden moeten worden.
De Raad benadrukt dat de inlichtingenverplichting objectief is en dat het niet melden van op geld waardeerbare activiteiten het recht op bijstand beïnvloedt. De herziening, terugvordering en brutering blijven daardoor in stand. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en appellante krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De herziening en terugvordering van bijstand wegens niet-melding van op geld waardeerbare activiteiten wordt bevestigd.