ECLI:NL:CRVB:2025:112
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens niet duurzaam ontbreken arbeidsvermogen
Appellant vroeg een Wajong-uitkering aan omdat hij op zijn achttiende verjaardag duurzaam geen arbeidsvermogen zou hebben. Het UWV weigerde de uitkering na medisch en arbeidskundig onderzoek, omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat er nog behandelmogelijkheden zijn die tot verbetering kunnen leiden.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen, waaronder een licht verstandelijke beperking en autisme, duurzaam zijn en dat hij geen basale werknemersvaardigheden bezit. Hij stelde dat eerdere behandelingen niet tot verbetering hebben geleid en dat toekomstige verbetering niet aannemelijk is. Het UWV handhaafde het standpunt dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is.
De Raad volgde het oordeel van de rechtbank en het UWV. Uit medische rapporten blijkt dat er behandelmogelijkheden zijn en dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet definitief is. De brief van de GZ-psycholoog bevestigt dat er op de beoordelingsdatum nog mogelijkheden tot verbetering waren. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is.