Appellant, een opsporingsambtenaar bij de Koninklijke Marechaussee, verhuisde vanwege een nieuwe standplaats naar een woning buiten het woongebied zoals omschreven in het Verplaatsingskostenbesluit Defensie (VKBD). Hij vroeg om een tegemoetkoming in verhuiskosten, maar dit werd door de staatssecretaris afgewezen omdat zijn woonplaats niet in de lijst van goedgekeurde vestigingsplaatsen stond en buiten het 25 kilometergebied lag.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant onvoldoende had onderbouwd dat het niet mogelijk was binnen het woongebied een woning te vinden en dat de hardheidsclausule niet van toepassing was. Appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat de lijst van goedgekeurde vestigingsplaatsen verouderd is en geen rekening houdt met de huidige woningmarkt, die gekenmerkt wordt door een nijpend woningtekort. Gezien de omstandigheden en het belang van een reële mogelijkheid tot woningverwerving en het terugdringen van automobiliteit, leidt het vasthouden aan de lijst tot een onbillijkheid van overwegende aard.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak en het bestreden besluit, herroept het besluit van 15 maart 2022 en kent appellant de gevraagde tegemoetkoming van € 6.000 toe. Tevens veroordeelde de Raad de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten.