ECLI:NL:CRVB:2025:1198
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking aanvullende inkomensvoorziening ouderen wegens vermogen boven vrijstellingsgrens
Appellant ontvangt sinds 2018 een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) die door de Sociale Verzekeringsbank (Svb) per 1 oktober 2019 is ingetrokken wegens het niet melden van onroerend goed in Marokko. De waarde van dit onroerend goed overschrijdt volgens de Svb de grens van het vrij te laten vermogen.
Appellant betwist de intrekking en voert aan dat de waarde van de woning lager is dan de grens, onderbouwd met een tweede taxatierapport. De Svb stelt echter dat dit rapport niet door een beëdigd taxateur is opgesteld, de woning niet is bezocht en er geen rekening is gehouden met marktwaarde, waardoor het rapport onvoldoende betrouwbaar is.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde de intrekking van de AIO. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, die het standpunt van de rechtbank en de Svb onderschrijft. De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij slechts voor een twaalfde deel eigenaar is en dat het vermogen daadwerkelijk onder de grens ligt.
De intrekking van de AIO blijft daarmee in stand en appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 augustus 2025.
Uitkomst: De intrekking van de AIO wordt bevestigd omdat appellant vermogen boven de vrijstellingsgrens bezit en de beroepsgrond faalt.