ECLI:NL:CRVB:2025:1220
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor aanschaf energiezuinig witgoed wegens ontbreken noodzakelijkheid
Appellanten verzochten bijzondere bijstand voor de aanschaf van een energiezuinige wasmachine en droger, stellende dat deze noodzakelijk zijn om de hogere energiekosten te kunnen betalen. Het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade wees de aanvraag af omdat de huidige apparaten niet defect zijn en de kosten daarom niet noodzakelijk maar slechts wenselijk zijn.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat een wasdroger niet tot de noodzakelijke kosten van het bestaan behoort, aangezien wasgoed ook zonder droger kan drogen. Ook de vervanging van de wasmachine werd niet als noodzakelijk gezien, omdat de huidige wasmachine niet kapot is en appellanten niet aannemelijk hebben gemaakt dat vervanging noodzakelijk is.
Appellanten voerden aan dat zij niet konden reserveren en dat het besluit in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank stelde echter vast dat artikel 35, lid 1, van de Participatiewet dwingendrechtelijk is en geen ruimte laat voor toetsing aan het evenredigheidsbeginsel.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft de motivering van de rechtbank en wijst erop dat de hoger beroepsgrond over het niet kunnen reserveren onbesproken kan blijven omdat de kosten niet noodzakelijk zijn. Tevens wijst de Raad op een lokale witgoedregeling die vervanging van energie-intensieve apparaten mogelijk maakt voor huishoudens met een laag inkomen.
Het hoger beroep wordt afgewezen, de afwijzing van de bijzondere bijstand blijft in stand en appellanten krijgen het griffierecht niet terug.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor bijzondere bijstand voor energiezuinig witgoed wordt bevestigd.