ECLI:NL:CRVB:2025:1253
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verlenging woonkostentoeslag wegens onvoldoende inspanningen voor goedkopere woonruimte
In deze zaak staat de toekenning en verlenging van bijzondere bijstand in de vorm van een woonkostentoeslag centraal. Appellant, die sinds 2017 in Nederland woont en een hoge huur betaalt, ontving vanaf 2020 een woonkostentoeslag. Verzoeken om verlenging van deze toeslag werden door het college afgewezen vanwege onvoldoende inspanningen van appellant om goedkopere woonruimte te vinden.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de eerste afwijzing ongegrond en vernietigde het tweede besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraken. De Raad stelt vast dat het college beoordelingsruimte heeft bij de vaststelling van draagkracht en dat de woonkostentoeslag bedoeld is als tijdelijke ondersteuning na een inkomensterugval.
Appellant heeft anderhalf jaar de gelegenheid gehad om een goedkopere woning te vinden, maar heeft dit niet aannemelijk gemaakt. Overgelegde bewijsstukken tonen geen aantoonbare inspanningen. Ook slechte financiële omstandigheden en dreiging van verlies van onderdak worden niet als bijzondere omstandigheden erkend, omdat deze het gevolg zijn van onvoldoende inspanningen. De Raad wijst de hoger beroepen af en bevestigt de afwijzing van de verlengingen van de woonkostentoeslag.
Uitkomst: De afwijzing van de verlenging van de woonkostentoeslag wordt bevestigd wegens onvoldoende inspanningen om goedkopere woonruimte te vinden.