ECLI:NL:CRVB:2025:1279
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Lagas
- L.E. Tobé
- J.P. Loof
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens feitelijke mededeling over vervallen compensatie-uren
Appellant verzocht op 11 augustus 2021 om schadevergoeding wegens een onjuiste feitelijke mededeling van de staatssecretaris dat zijn gespaarde compensatie-uren vervallen waren. Dit verzoek werd door de staatssecretaris op 2 februari 2022 afgewezen. Appellant diende vervolgens op 25 oktober 2023 een nieuw verzoek in bij de rechtbank, dat eveneens werd afgewezen omdat het neerkwam op een verzoek om terug te komen op het onherroepelijke besluit van 2 februari 2022, zonder nieuwe feiten of omstandigheden.
Appellant ging tegen deze afwijzing in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Hij stelde dat zijn schadevergoedingsverzoek gebaseerd was op een andere grondslag dan in eerdere procedures en dat de staatssecretaris in strijd met goed werkgeverschap had gehandeld. De Raad verwees naar eerdere uitspraken waarin al was geoordeeld dat geen grondslag bestond voor uitbetaling van de compensatie-uren en dat het beroep op goed werkgeverschap niet slaagde.
De Raad oordeelde dat het verzoek van appellant feitelijk neerkomt op een verzilveringsverzoek dat reeds eerder is beoordeeld en afgewezen. Omdat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd, kon het verzoek niet slagen. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens de feitelijke mededeling over vervallen compensatie-uren wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.