Appellante heeft een aanvraag ingediend voor dubbele kinderbijslag voor haar dochter met een taalontwikkelingsstoornis en disharmonisch intelligentieprofiel. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af op basis van het advies van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), dat concludeerde dat de dochter niet voldeed aan de minimale zorgscore van 4 punten voor intensieve zorg.
De rechtbank bevestigde dit besluit en stelde vast dat appellante onvoldoende objectieve medische gegevens had overgelegd die een intensieve zorgbehoefte aannemelijk maakten, met name voor de zorghandelingen rondom lichaamshygiëne en eten en drinken. De Raad onderschreef deze beoordeling en benadrukte dat frequente uitleg en aansporing niet gelijkstaan aan de noodzaak van permanente aanwezigheid.
Het hoger beroep slaagde niet, waardoor de afwijzing van de dubbele kinderbijslag in stand bleef. Tevens wees de Raad het verzoek om schadevergoeding en vergoeding van proceskosten af. De uitspraak is gebaseerd op de wettelijke kaders van de Algemene Kinderbijslagwet, het Besluit uitvoering kinderbijslag en het Beoordelingskader van het CIZ.