ECLI:NL:CRVB:2025:1418
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen op afwijzing WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, voormalig interieurbouwer, vroeg meerdere keren om een WAO- of WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid door rugklachten. Het UWV wees deze aanvragen af, onder meer omdat de arbeidsongeschiktheid in 2004 minder dan 15% werd vastgesteld en er geen toegenomen arbeidsongeschiktheid kon worden aangetoond.
In 2022 diende appellant opnieuw een aanvraag in, die het UWV opvatte als een verzoek om terug te komen op het besluit van 2004. Dit verzoek werd afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die het eerdere besluit onjuist maakten. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn medische situatie was verslechterd en dat het besluit onredelijk was. De Raad oordeelde dat de medische verslechtering na 2004 geen nieuw licht werpt op de situatie in 2004 en dat de aangevoerde stukken geen nieuwe feiten bevatten. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om niet terug te komen op de afwijzing van de WAO-uitkering uit 2004 blijft in stand.